| Binnenkort op EDE TV |
EDE TV extra |
Wanneer je in onze samenleving een onderwerp als inheems-of-niet-inheems wil aansnijden dan moet je oppassen om niet op al te lange tenen te trappen. Dat geldt ook wanneer het onderwerp van discussie in de vrije natuur rondloopt, -vliegt of groeit. Een klein artikeltje in de vaderlandse pers over de bijna onstuitbare opmars van de Brulkikker vanuit België was de directe aanleiding om in de uitzending van EdeFM-Middagmagazine van 5 juni 2010 verder in te gaan op de mogelijke gevolgen voor onze eigen flora en fauna.
Een bijenzwerm in mei, goed teken voor de wei.
Is het weer in mei te mooi, dan krijgt de schuur maar weinig hooi.
Mei, koud en nat, vult de schuur en ook het vat.
In mei leggen alle vogels een ei.
Oude gezegden, maar met een kern van waarheid. Door de eeuwen heen zijn er steeds mensen geweest die door ervaring leerden voorzichtige voorspellingen te doen over groeiseizoen en oogst, door schade en schande wijs geworden zogezegd.
We hebben een lange koude winter achter de rug en dan denk je zo het voorjaar in te rollen maar dat viel een beetje tegen. Veel zomers aandoende dagen kende de maan maart niet of eigenlijk niet één. Toch komt het voorjaar. En hoe komt het dan toch dat dat niet is tegen te houden? De dagen worden langer en bijna ongemerkt worden de nachten minder koud.
De lente is plotseling begonnen, niet stilletjes maar met flink wat herrie. De natuur heeft geen weet van weermannen en –vrouwen, ze trekt zich niets aan van astronomische of meteorologische kalenders (*). De ene dag fiets of loop je nog rond in de winter, de kraag hoog opgeslagen tegen de snijdende wind. Verlangend naar warmere tijden en kleurrijke bermen. De volgende dag lijkt de wereld compleet veranderd. Bij buitenkomst voel je gewoon dat er iets veranderd is. Terwijl je sliep is de winter vertrokken en de lente aangekomen.
Na ruim anderhalve maand in een witte wereld rondgelopen te hebben is het toch wel weer plezierig om weer eens wat groens te zien. Een klein voorproefje van de lente. Voor de meeste planten en bloemen is dit nog net een station te ver, behalve de kerstroos of Helleborus.
Rondlopen in een bijna on-Nederlandse witte wereld. Bomen onder een vracht verse sneeuw en een dunne laag ijs op de sloten als een belofte van ijspret. Onder de wollen muts tintelen de wangen in de straffe koude wind. Ja, dat is genieten! Zacht knisperend wandelen over witte bospaden; de heide heeft zich verkleed als poollandschap. Hier en daar steken zwarte sprietjes en takjes door het witte kleed.
Hebben we nu herfst of lente? Moeten nu de winterjassen terug in de kast of juist eruit? Kijken we naar buiten dan bekruipt je de neiging om de zomerkleren maar weer klaar te leggen, maar na één blik op de kalender laat je dat wel uit je hoofd.
Wat is dat nu voor een titel voor het maandelijkse natuurpraatje van twee IVN’ers op de lokale omroep. Dat weet iedereen toch wel? Maar of iedereen dat ook kent? Want achter de titel gaat een boek schuil en nu zelfs twee want er is een heruitgave gekomen van de eerste. De eerste uitgave is van de IVN-afdeling Ede en dateert al van 1993. Dat is al een hele tijd geleden en in die tijd is er in de natuur rond Ede het een en ander veranderd. De werkgroep VOS (Voorlichting, Organisatie en Scholing) heeft daarom een paar jaar geleden het plan opgevat dit boek op nieuw te gaan uitgeven.
De paden op, de lanen in. Heerlijk struinen door de herfstige natuur, lekker schoppen door afgevallen bladeren. Op je knieën om onder de hoed te kunnen kijken van een kleurrijke paddenstoel. Hoe vaak hebben we dat niet aangeraden de afgelopen jaren? En al die tijd zijn we toch een beetje voorbij gegaan aan al diegenen die dit soort dingen niet zo maar even simpelweg kunnen doen. Ouderen die niet meer zo goed ter been zijn of mensen die gebonden zijn aan een rolstoel of andere hulpmiddelen nodig hebben om zich te verplaatsen, maar ook jonge ouders met kleine kinderen al dan niet in een kinderwagen.
JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL